Orthomoleculair en geneeskunde: wat is dat precies?

Orthomoleculair is een term en naam welke samengesteld is in woorden, afkomstig uit het Grieks. Hierin betekent ‘orthos’ ”juist” of ”recht” en/of ”gezond” en staat ‘moleculair’ voor molecuul. Het begrip ‘orthomoleculair’ vertelt over de bedoeling om, ter bevordering van de gezondheid, gebruik te maken van ‘optimale’ concentraties betreffende voedingsstoffen. Voedingsstoffen waar je aan kunt denken zijn vitamines en mineralen, maar ook aminozuren en essentiële vetzuren. Orthomoleculair is een begrip en streven wat wordt gehandhaafd binnen de zogenaamde Orthomoleculaire geneeskunde. Het verschil met ‘gewone’ geneeskunde, is dat bij geneeskunde in de Orthomoleculair vorm gericht wordt op het streven naar grotere en in sommige gevallen hoge doseringen betreffende deze essentiële voedingsstoffen. De Orthomoleculaire geneeskunde maakt een verschil tussen lichaamseigen stoffen, welke het menselijk lichaam ondersteunen (en het lichaamseigen natuurlijke genezingsproces stimuleren) en lichaamsvreemde stoffen. Deze lichaamsvreemde stoffen zouden afweerreacties van het lichaam kunnen oproepen. Binnen de orthomoleculaire geneeskunde streven behandelaars er dus naar te werken met stoffen welke de lichamelijke gezondheid tegemoetkomen en tegelijkertijd door het lichaam zonder schade gebruikt en verwerkt kan worden.

Orthomoleculair genezen: voedingssupplementen, mineralen en vitaminen

Binnen deze vorm van geneeskunde, op Orthomoleculaire wijze, wordt veelal en voornamelijk gebruik gemaakt van voedingssupplementen. Deze voedingssupplementen bevatten onder andere vitaminen en mineralen, welke het herstel na een ziekte kunnen bevorderen. Deze voedingssupplementen zouden daarnaast de kans op ziekte zelfs kunnen minimaliseren. Echter, dit is tot op heden (nog) niet wetenschappelijk bewezen. In de Orthomoleculair geneeskunde worden veelal doseringen gebruikt welke de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor man/vrouw overstijgen. Volgens Orthomoleculaire wetenschappers kan de individuele behoefte van een mens aan deze voedingsstoffen namelijk sterk verhoogd zijn. Dit kan het gevolg zijn van een bepaalde vorm van verslechterde gezondheid, of tijdens of na een ziekte. Een voorbeeld hiervan is het (extra) gebruiken van vitamine C, tijdens of na de griep. Belangrijk om te weten is dat een Orthomoleculair advies tijdens of na de griep gecompliceerder is dan slechts meer/veel gebruik van vitamine C. Een Orthomoleculair arts kan u hierover meer vertellen. Een Orthomoleculair behandelaar zou kunnen zeggen, dat hij of zij van mening is dat een (verhoogd) gebruik van voedingsstoffen beter binnen de stofwisseling past, dan (chemische) geneesmiddelen. Zij zullen hiervoor als argument kunnen gebruiken, dat voedingsstoffen stoffen betreffen met welke het menselijk lichaam in de loop der evolutie vertrouwd is geraakt. Daarentegen is het menselijk lichaam vandaag de dag – aldus de Orthomoleculair behandelaar – niet vertrouwd met welk middel dan ook, welke door de mens in de afgelopen 30 jaar is ontwikkeld. Het is daarom dat binnen de Orthomoleculaire leer veelal – of altijd – voedingsstoffen boven menig geneesmiddel wordt verkozen.

Milieuvervuiling en hormoonverstorende (toxische) stoffen

Behandelaars binnen de Orthomoleculaire geneeskunde beschikken naast bovenstaande kenmerkende punten, veelal ook over een geheel eigen standpunt betreffende milieuvervuiling. Zo zou vervuiling van de lucht, de grond en het water kunnen zorgen voor een zogenaamde ‘toxische belasting’ van het lichaam. Toxische belasting staat voor belasting in de vorm van bijvoorbeeld hoofdpijn, hormoonstoornissen of vermoeidheid. Toxische stoffen zijn stoffen welke worden gezien als stoffen met een negatieve werking op de functionering van onze organen en cellen. Bij toxische stoffen kan je denken aan zogenaamde lichaamsvreemde stoffen, zoals drugs, alcohol en additieven (toevoegingen) in voeding. Hier vallen onder andere E-nummers (kleur-, geur- en smaakstoffen) onder. Daarnaast spreken we bij toxische stoffen over zware metalen (lood, nikkel, aluminium et cetera) en afbraakproducten van onze lichaamsweefsels, zoals slijmvliezen en bloed. Een Orthomoleculair arts zou kunnen vertellen dat hij of zij van mening is, dat dankzij deze toxische belasting menig persoon behoefte heeft aan een grotere hoeveelheid aan specifieke voedingsstoffen. Zij stellen veelal de volgende kwestie: het blijft de vraag of een persoon, na het consumeren van veelvuldig verse groenten, wel voldoende zink binnenkrijgt. Denk hierin bijvoorbeeld aan het gebruik van kunstmest, tijdens het verbouwen van deze groenten; door de kunstmest zou vrijwel alle zink uit onze bodem verdwenen zijn, wat weer resulteert in een te kort aan zink in groenten. Voedingssupplementen zouden hier ondersteuning in kunnen bieden.